Op weg naar een modern bewijsrecht: de vier belangrijkste wijzigingen

person writing in book

Op 30 maart 2018 keurde de ministerraad het wetsontwerp goed dat het bewijsrecht grondig hervormt. De nieuwe regeling beoogt duidelijkheid en toegankelijkheid te brengen en beter aan te sluiten bij de moderne samenleving.

1. Allereerst zal bewijs door middel van een geschrift nog slechts vereist zijn boven de 3.500 euro. Het klassieke plafond van 375 euro is dus aanzienlijk verhoogd. De verhoging van het plafond zorgt ervoor dat veel gebruikelijke verrichtingen zonder een geschrift kunnen bewezen worden. Inzake het bewijs door en tegen ondernemingen geldt deze drempel niet, daar zal het bewijs boven de 3.500 euro vrij geleverd kunnen worden, zonder nood aan een geschrift.

2. Bovendien zal onder het plafond van 3.500 euro een sms of e-mail aanvaard worden als bewijs, evenals andere digitale bewijsmiddelen. Doorgaans werden digitale bewijsmiddelen zonder elektronische handtekening niet op dezelfde manier aanvaard als een met de hand getekend document, vanwege het risico op vervalsing. . Maar nu online kopen en verkopen steeds populairder wordt, was een een aanpassing dringend nodig. Tot op heden werden deze middelen slechts aanvaard indien de partijen dit op voorhand overeengekomen waren. Met de nieuwe regeling wordt een einde gemaakt aan de terughoudendheid die heerste tegenover de aanvaarding van bijvoorbeeld een e-mail als bewijs.
Ook het vrije bewijs door en tegen ondernemingen zal geleverd kunnen worden door digitale bewijsmiddelen. Indien een geschrift vereist is voor het bewijs, zal een dergelijk bewijsmiddel slechts volstaan indien het begrijpelijk is, een zekere duurzaamheid vertoont en eventuele wijzigingen op te sporen zijn in het systeem.

3. Daarnaast zal een soepelere beëindiging van overeenkomsten mogelijk worden. Overeenkomsten zullen na de inwerkingtreding van het nieuwe recht per brief of per e-mail beëindigd kunnen worden in geval van niet-naleving, bedrog, dwaling of dwang. Partijen hoeven zich niet langer tot de rechter te wenden, tenzij één van de partijen het niet eens is met de ingeroepen beëindigingsgrond. Voorzichtigheid dient wel aan de dag te worden gelegd bij de toepassing van deze nieuwe mogelijkheid, aangezien een onterechte beëindiging aanleiding zal geven tot schadevergoeding.

4. Ten slotte zal ook gesleuteld worden aan het vrije bewijsstelsel door en tegen ondernemingen. Het toepassingsgebied zal gelijkgeschakeld worden met het recente, ruime ondernemingsbegrip uit het Wetboek Economisch Recht. Daardoor zullen meer categorieën van personen onder het vrije bewijsstelsel vallen, zoals landbouwers en personen die een vrij beroep uitoefenen. Daarnaast wil de wetgever ook een einde te stellen aan de discussie in de rechtsleer omtrent de bewijswaarde van facturen. Zo zal een factuur voortaan gebruikt kunnen worden als bewijs voor meerdere soorten overeenkomsten dan enkel de koop-verkoop.

Deze nieuwe regels zullen ongetwijfeld een effect hebben op de juridische praktijk. Momenteel wordt het ontwerp voorgelegd ter advies bij de Raad van State. De inwerkingtreding van de nieuwe bewijsregels zal vermoedelijk pas in 2020 plaatsvinden. Tot dan zullen de huidige bewijsregels van toepassing blijven.